Steven De Klerck Quantitative (value) investor Wed, 04 Sep 2013 07:18:50 +0000 en hourly 1 http://wordpress.org/?v=3.3.2 /2013/09/01/14856/ /2013/09/01/14856/#comments Sun, 01 Sep 2013 18:17:59 +0000 Steven /?p=14856 Actua

Dit weekend (1 september 2013) verscheen er een interview met Geert Noels in De Zondag waarbij enkele uitspraken illustratief zijn voor de door De Soto in zijn boek aangekaarte problemen, problemen die reeds in de inleiding van het boek aan bod komen. Hieronder volgen de desbetreffende passages.

Geert Noels: Vijf jaar na Lehman Brothers is er van echte verandering in het financiële systeem geen sprake. Bepaalde instellingen, die toen ‘too big to fail’ waren, zijn nu nog groter geworden.

Hoe verklaart u die stilstand?

Geert Noels: Er is een enorme machine op gang gekomen om het oude systeem in stand te houden. De politiek en de lobbygroepen maken de mensen wijs dat elke verandering een achteruitgang is. Ze creëren zo een angstcultuur. Ze zijn daarin ook geslaagd: er is tot nu toe zeer weinig veranderd. Maar dat is niet duurzaam. Vroeg of laat moet het systeem toch veranderen. Of het zal helemaal in elkaar storten. Onvermijdelijk.

Wat had Europa moeten doen?

Geert Noels: Bepaalde financiële instellingen hadden, onder begeleiding, moeten kunnen falen. Nu hebben we het roekeloeze gedrag van sommige beloond door ze allemaal te willen redden. Dat was de grote fout.

De lezer van Money, Bank Credit, and Economic Cycles is in staat om bovenstaande uitspraken te kaderen vanuit een historisch, economisch en ethisch standpunt. Deze studiegids moet hen daarbij op weg helpen. Voornoemde “machine” maakt tevens dat binnen de economische en de financieel-economische wetenschappen bepaalde onderwerpen bij voorkeur niet behandeld worden. Dit resulteert in nutteloze, schizofrene economische theorieën. Zo schreef Willem Buiter, voormalig lid van het monetaire beleidscommité van de Bank of England, anno 2009 over the unfortunate uselessness of most “state of the art” academic monetary economics. In het licht van de bedragen waarmee centrale bankiers vandaag de dag goochelen, is dit allerminst een geruststellende vaststelling.

]]>
/2013/09/01/14856/feed/ 0
/2013/09/01/14850/ /2013/09/01/14850/#comments Sun, 01 Sep 2013 15:35:03 +0000 Steven /?p=14850 Een studiegids tot Money, Bank Credit, and Economic Cycles – Inleiding

door Steven De Klerck

In de inleiding omschrijft De Soto de doelstelling van het boek. De voornaamste uitdaging bestaat er in inzicht te verwerven in de oorsprong van economische cycli. Hierbij staat de analyse van het monetaire depositocontract centraal. In hoofdstuk 1 zal duidelijk worden dat het monetaire depositocontract een speciaal geval van het traditioneel depositocontract is. De analyse vindt plaats vanuit een historisch-evolutionair, theoretisch-economisch en ethisch perspectief.

Het boek bestaat uit negen hoofdstukken. In hoofdstuk 1 komen twee belangrijke begrippen aan bod: het monetaire leencontract en het monetaire depositocontract. De analyse van deze contracten gebeurt onder meer aan de hand van klassiek Romeins recht.

Hoofdstuk 2 is geschiedkundig van aard. In dit hoofdstuk wordt nagegaan op welke manieren de traditionele juridische principes die van toepassing zijn op het monetaire depositocontract door bankiers en overheden geschonden worden. In eerste instantie werden de juridische principes geschonden door bankiers, die het geld van depositohouders op actieve wijze gingen aanwenden voor het eigen profijt. In tweede instantie begonnen ook overheden in te zien dat overheidsuitgaven gefinancierd kunnen worden met het geld van depositohouders. Naderhand kenden overheden aan banken het privilege toe om de juridische principes van het monetaire depositocontract ongestraft te schenden, op voorwaarde uiteraard dat een deel van het geld van depositohouders gebruikt zou worden voor de financiering van overheidsuitgaven. In dit hoofdstuk gaan we terug naar de Griekse en Romeinse tijd, de periode van middeleeuwse Italiaanse handelssteden en de periode vanaf de 16de eeuw.

Doorheen de geschiedenis werden diverse argumenten naar voren geschoven die de schending van private eigendomsrechten van depositohouders door banken en overheden dienen te rechtvaardigen. Deze argumenten worden van naderbij besproken in hoofdstuk 3.

Hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 7 behandelt de economische gevolgen van de schending van de traditionele juridische principes die van toepassing zijn op het monetaire depositocontract. In deze hoofdstukken wordt duidelijk dat economische cycli van boom en bust het directe gevolg zijn van de schending van private eigendomsrechten binnen het monetaire depositocontract. De Soto besteedt in deze hoofdstukken ook aandacht aan de Keynesiaanse en monetaristische kritiek op de Oostenrijkse theorie van economische cycli.

In hoofdstuk 8 wordt de centrale bank en in het bijzonder haar rol van “lender of last resort” van naderbij geanalyseerd. Van zodra banken het geld van depositohouders niet langer in bewaring houden maar gaan aanwenden voor andere, meer lucratieve doeleinden, waaronder het toekennen van leningen, lopen ze het gevaar om geconfronteerd te worden met een bank run. Een bank run is de situatie waarbij ongeruste depositohouders hun geld, dat ze in bewaring hebben gegeven bij de bank, gaan opvragen. Aangezien de bank het geld heeft uitgeleend of gebruikt heeft om de eigen activiteiten te financieren, zal een gedeelte van de depositohouders met lege handen naar huis terugkeren. Bankiers keken in situaties van een bank run zeer snel richting de overheid teneinde hen in tijden van financiële crisis uit de nood te helpen. De overheid – via de centrale bank – treedt op als “lender of last resort” en stelt de noodzakelijke liquiditeiten ter beschikking van de banken. In dit achtste hoofdstuk toont De Soto bijgevolg aan dat het bestaan van een centrale bank niet de resultante is van een spontaan proces binnen een vrije markt economie. De centrale bank is het product van de invloed van een specifieke belangengroep, zijnde de banksector, op de overheid. In dit hoofdstuk past De Soto tevens de theorie van de onmogelijkheid van centrale planning toe op de activiteit van centrale banken. Hij concludeert dat centrale bankiers finaal hetzelfde lot te wachten staat als de centrale planning onder het vroegere Sovjetregime. Het hoofdstuk eindigt met een bespreking van de praktijk van free banking.

Zoals reeds gesteld in het voorwoord, schuift De Soto in hoofdstuk 9 een plan voor monetaire hervorming naar voren. Hierbij dienen de traditionele juridische principes binnen het monetaire depositocontract via de toepassing van een 100 procent reserve vereiste in ere hersteld te worden.

]]>
/2013/09/01/14850/feed/ 0
/2013/09/01/14847/ /2013/09/01/14847/#comments Sun, 01 Sep 2013 15:34:21 +0000 Steven /?p=14847 Een studiegids tot Money, Bank Credit, and Economic Cycles – Voorwoord

door Steven De Klerck

De tweede Engelse editie van Money, Bank Credit, and Economic Cycles verscheen in november 2008, quasi het dieptepunt van de financiële crisis. In het voorwoord verwijst De Soto naar de in voorgaande edities geformuleerde waarschuwingen omtrent de uiteindelijke en onvermijdelijke gevolgen van het inflatoire beleid van centrale banken over de voorbije decennia. Wereldwijd kende de geld- en krediethoeveelheid over het eerste decennium van de 21ste eeuw een jaarlijkse groei van meer dan 10 percent, hetgeen een verdubbeling impliceert van de totale geld- en krediethoeveelheid over een periode van circa zeven jaar. De economische gevolgen van deze geld- en kredietcreatie kunnen hier reeds summier beschreven worden.

Kredietcreatie ex nihilo veroorzaakt een artificiële daling van de interestvoet, resulterende in een falsificatie van economische calculaties; de opeenvolgende fasen van kredietexpansie veroorzaken een systematische verstoring van de productiestructuur. Initieel gaat deze kredietexpansie gepaard met een significante toename in het aantal investeringsprojecten (dankzij de lagere interestvoet), toenemende werkgelegenheid en stijgende ondernemingswinsten. Aangezien de kredietexpansie niet oneindig kan doorgaan zonder de onvermijdelijke implosie van de monetaire eenheid (lees: hyperinflatie), zullen de door de kredietexpansie in gang gezette economische onevenwichten op een gegeven moment omkeren en tot uiting komen in de vorm van een economische recessie. Tijdens de recessie past de door inflatie verstoorde productiestructuur zich opnieuw aan; deze aanpassingen impliceren toenemende werkloosheid, liquidatie van investeringsprojecten en boekhoudkundige verliezen bij tal van ondernemingen. Op het moment van het uitbreken van de recessie worden we steevast geconfronteerd met een roep naar nog meer geld- en kredietcreatie. Over de voorbije decennia stellen we vast dat bij elke recessie de inspanningen van monetaire overheden teneinde de recessie te “bestrijden” (bv. via interestdalingen en geld- en kredietcreatie), toenemen in omvang. De korte-termijn effectiviteit van toenemende geld- en kredietexpansie daalt met andere woorden zienderogen. Op lange termijn veroorzaken deze interventies uitsluitend bijkomende schade aan het economische weefsel. In de hoofdstukken 5 en 6 zal het bovenstaand economische proces in detail worden uitgelegd en zal duidelijk worden hoe kredietcreatie, niet voorafgegaan door een toename in het spaargedrag, resulteert in een wijdverspreide discoördinatie van het economisch systeem.

In het voorwoord merkt De Soto tevens op dat centrale banken er onmogelijk in kunnen slagen om op elk moment het meest geschikte monetaire beleid te voeren. De activiteit van centrale bankiers kan perfect vergeleken worden met het ingestorte systeem van centrale planning in de voormalige Sovjetunie. De Soto verwijst naar het theorema van de economische onmogelijkheid van socialisme, geformuleerd door Ludwig von Mises en Friedrich A. Hayek. Dit theorema stelt dat het onmogelijk is om een samenleving in economische termen te organiseren op basis van richtlijnen uitgevaardigd door een centraal orgaan. De reden dient gevonden te worden in het feit dat een dergelijke instelling nooit alle kennis en informatie kan hebben waarover alle economische agenten beschikken. Desalniettemin wanen centrale bankiers én quasi alle economische denkrichtingen zich alwetend bij het uitstippelen van het monetaire beleid. Hayek omschreef dit als “the fatal conceit”.

Over de voorbije decennia werd elke crisis door de Federal Reserve onder het bewind van Alan Greenspan en thans Ben Bernanke steevast beantwoord met een zondvloed van uit het niets gecreëerde liquiditeiten. Dit resulteerde niet alleen in de hierboven vermelde verstoringen van de economie, maar tevens in een voortdurende stimulans van risicovol en onethisch gedrag, voornamelijk binnen de financiële sector. Anno 2013 staan centrale bankiers voor een ware “mission impossible”, ditmaal gegarandeerd zonder “happy end.” Een duurzame uitweg uit de crisis kan uitsluitend gerealiseerd worden op voorwaarde dat de kern van het probleem wordt aangepakt, zijnde de schending van monetaire eigendomsrechten door de praktijk van fractioneel reserve bankieren, het bestaan en het optreden van centrale banken als ware centrale planners en het overheidsmonopolie op geld. In hoofdstuk 9 stelt De Soto een uitgebreid plan voor om op een zo vlot mogelijke wijze de overgang naar een monetair en financieel systeem dat in overeenstemming is met vrije markt principes te realiseren.

]]>
/2013/09/01/14847/feed/ 0
/2013/08/31/14804/ /2013/08/31/14804/#comments Sat, 31 Aug 2013 12:04:53 +0000 Steven /?p=14804 Een studiegids tot Money, Bank Credit, and Economic Cycles – Aanleiding

door Steven De Klerck

In een recent interview stelde Jim Rogers dat voor de eerste maal in de geschiedenis alle belangrijke centrale banken over de voorbije jaren op ongeziene schaal geld uit het niets hebben gecreëerd teneinde de illusie van economische groei overeind te houden. Deze politiek van doelbewuste muntontwaarding, met een ontwrichting van de wereldeconomie in talloze dimensies tot gevolg, kan volgens hem uitsluitend eindigen in één grote puinhoop. Deze voorspelling staat in schril contrast met de inzichten van voorname economische denkrichtingen zoals de Keynesiaanse en monetaristische stromingen. Net zoals in 2007 zullen economen binnen deze stromingen uitermate verbaasd zijn wanneer het artificieel geïnflateerde en reeds wankele kaartenhuisje in één van de komende jaren opnieuw een uitermate diepe economische recessie te verwerken krijgt. Uitermate grote kanshebbers bevinden zich ditmaal in het ontluikende Oosten.

De doorsnee toeschouwer van het wereldwijde economische toneel hoeft echter niet onwetend toe te kijken. In de komende maanden bespreek ik het boek Money, Bank Credit and Economic Cycles door Oostenrijks econoom Jesus Huerta De Soto (2012). Het boek werd door Dr. Gary North omschreven als “the best treatise on money ever written”. Vanuit historisch-evolutionair, theoretisch-economisch en ethisch standpunt bespreekt De Soto gespreid over bijna 1000 pagina’s de oorzaken van economische cycli. De Soto bouwt hierbij op de theorieën van Ludwig von Mises, Friedrich A. Hayek, Murray Rothbard en andere vooraanstaande denkers binnen de Oostenrijkse invloedsfeer. Het boek verschaft op deze wijze een diepgaand inzicht in de oorzaken van de huidige economische problemen, problemen die in hoofdzaak hun oorsprong vinden in overheidsinterventies in de monetaire sfeer. Voor beleggers impliceert het verwerven van deze inzichten een belangrijke mate van psychologische voorbereiding op de komende economische en financiële puinhoop. Vanuit maatschappelijk standpunt dient het boek van De Soto te resulteren in een uitermate kritische houding vis-à-vis centrale bankiers en hun monetaire losbandigheid over de voorbije jaren, in de hoop dat naar de toekomst toe niet langer een toevlucht wordt gezocht in monetaire en bancaire centrale planning.

]]>
/2013/08/31/14804/feed/ 0
/2013/08/31/14791/ /2013/08/31/14791/#comments Sat, 31 Aug 2013 10:51:11 +0000 Steven /?p=14791 Een studiegids tot Money, Bank Credit, and Economic Cycles – Voorwoord

door Steven De Klerck

De tweede Engelse editie van Money, Bank Credit, and Economic Cycles verscheen in november 2008, quasi het dieptepunt van de financiële crisis. In het voorwoord verwijst De Soto naar de in voorgaande edities geformuleerde waarschuwingen omtrent de uiteindelijke en onvermijdelijke gevolgen van het inflatoire beleid van centrale banken over de voorbije decennia. Wereldwijd kende de geld- en krediethoeveelheid over het eerste decennium van de 21ste eeuw een jaarlijkse groei van meer dan 10 percent, hetgeen een verdubbeling impliceert van de totale geld- en krediethoeveelheid over een periode van circa zeven jaar. De economische gevolgen van deze geld- en kredietcreatie kunnen hier reeds summier beschreven worden.

Kredietcreatie ex nihilo veroorzaakt een artificiële daling van de interestvoet, resulterende in een falsificatie van economische calculaties; de opeenvolgende fasen van kredietexpansie veroorzaken een systematische verstoring van de productiestructuur. Initieel gaat deze kredietexpansie gepaard met een significante toename in het aantal investeringsprojecten (dankzij de lagere interestvoet), toenemende werkgelegenheid en stijgende ondernemingswinsten. Aangezien de kredietexpansie niet oneindig kan doorgaan zonder de onvermijdelijke implosie van de monetaire eenheid (lees: hyperinflatie), zullen de door de kredietexpansie in gang gezette economische onevenwichten op een gegeven moment omkeren en tot uiting komen in de vorm van een economische recessie. Tijdens de recessie past de door inflatie verstoorde productiestructuur zich opnieuw aan; deze aanpassingen impliceren toenemende werkloosheid, liquidatie van investeringsprojecten en boekhoudkundige verliezen bij tal van ondernemingen. Op het moment van het uitbreken van de recessie worden we steevast geconfronteerd met een roep naar nog meer geld- en kredietcreatie. Over de voorbije decennia stellen we vast dat bij elke recessie de inspanningen van monetaire overheden teneinde de recessie te “bestrijden” (bv. via interestdalingen en geld- en kredietcreatie), toenemen in omvang. De korte-termijn effectiviteit van toenemende geld- en kredietexpansie daalt met andere woorden zienderogen. Op lange termijn veroorzaken deze interventies uitsluitend bijkomende schade aan het economische weefsel. In de hoofdstukken 5 en 6 zal het bovenstaand economische proces in detail worden uitgelegd en zal duidelijk worden hoe kredietcreatie, niet voorafgegaan door een toename in het spaargedrag, resulteert in een wijdverspreide discoördinatie van het economisch systeem.

In het voorwoord merkt De Soto tevens op dat centrale banken er onmogelijk in kunnen slagen om op elk moment het meest geschikte monetaire beleid te voeren. De activiteit van centrale bankiers kan perfect vergeleken worden met het ingestorte systeem van centrale planning in de voormalige Sovjetunie. De Soto verwijst naar het theorema van de economische onmogelijkheid van socialisme, geformuleerd door Ludwig von Mises en Friedrich A. Hayek. Dit theorema stelt dat het onmogelijk is om een samenleving in economische termen te organiseren op basis van richtlijnen uitgevaardigd door een centraal orgaan. De reden dient gevonden te worden in het feit dat een dergelijke instelling nooit alle kennis en informatie kan hebben waarover alle economische agenten beschikken. Desalniettemin wanen centrale bankiers én quasi alle economische denkrichtingen zich alwetend bij het uitstippelen van het monetaire beleid. Hayek omschreef dit als “the fatal conceit”.

Over de voorbije decennia werd elke crisis door de Federal Reserve onder het bewind van Alan Greenspan en thans Ben Bernanke steevast beantwoord met een zondvloed van uit het niets gecreëerde liquiditeiten. Dit resulteerde niet alleen in de hierboven vermelde verstoringen van de economie, maar tevens in een voortdurende stimulans van risicovol en onethisch gedrag, voornamelijk binnen de financiële sector. Anno 2013 staan centrale bankiers voor een ware “mission impossible”, ditmaal gegarandeerd zonder “happy end.” Een duurzame uitweg uit de crisis kan uitsluitend gerealiseerd worden op voorwaarde dat de kern van het probleem wordt aangepakt, zijnde de schending van monetaire eigendomsrechten door de praktijk van fractioneel reserve bankieren, het bestaan en het optreden van centrale banken als ware centrale planners en het overheidsmonopolie op geld. In hoofdstuk 9 stelt De Soto een uitgebreid plan voor om op een zo vlot mogelijke wijze de overgang naar een monetair en financieel systeem dat in overeenstemming is met vrije markt principes te realiseren.

]]>
/2013/08/31/14791/feed/ 0
/2013/08/31/14795/ /2013/08/31/14795/#comments Sat, 31 Aug 2013 10:51:01 +0000 Steven /?p=14795 Een studiegids tot Money, Bank Credit, and Economic Cycles – Inleiding

door Steven De Klerck

In de inleiding omschrijft De Soto de doelstelling van het boek. De voornaamste uitdaging bestaat er in inzicht te verwerven in de oorsprong van economische cycli. Hierbij staat de analyse van het monetaire depositocontract centraal. In hoofdstuk 1 zal duidelijk worden dat het monetaire depositocontract een speciaal geval van het traditioneel depositocontract is. De analyse vindt plaats vanuit een historisch-evolutionair, theoretisch-economisch en ethisch perspectief.

Het boek bestaat uit negen hoofdstukken. In hoofdstuk 1 komen drie belangrijke begrippen aan bod: het leencontract, het depositocontract en het monetaire depositocontract. De analyse van deze contracten gebeurt onder meer aan de hand van klassiek Romeins recht.

Hoofdstuk 2 is geschiedkundig van aard. In dit hoofdstuk wordt nagegaan op welke manieren de traditionele juridische principes die van toepassing zijn op het monetaire depositocontract door bankiers en overheden geschonden worden. In eerste instantie werden de juridische principes geschonden door bankiers, die het geld van depositohouders op actieve wijze gingen aanwenden voor het eigen profijt. In tweede instantie begonnen ook overheden in te zien dat overheidsuitgaven gefinancierd kunnen worden met het geld van depositohouders. Naderhand kenden overheden aan banken het privilege toe om de juridische principes van het monetaire depositocontract ongestraft te schenden, op voorwaarde uiteraard dat een deel van het geld van depositohouders gebruikt zou worden voor de financiering van overheidsuitgaven. In dit hoofdstuk gaan we terug naar de Griekse en Romeinse tijd, de periode van middeleeuwse Italiaanse handelssteden en de periode vanaf de 16de eeuw.

Doorheen de geschiedenis werden diverse argumenten naar voren geschoven die de schending van private eigendomsrechten van depositohouders door banken en overheden dienen te rechtvaardigen. Deze argumenten worden van naderbij besproken in hoofdstuk 3.

Hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 7 behandelt de economische gevolgen van de schending van de traditionele juridische principes die van toepassing zijn op het monetaire depositocontract. In deze hoofdstukken wordt duidelijk dat economische cycli van boom en bust het directe gevolg zijn van de schending van private eigendomsrechten binnen het monetaire depositocontract. De Soto besteedt in deze hoofdstukken ook aandacht aan de Keynesiaanse en monetaristische kritiek op de Oostenrijkse theorie van economische cycli.

In hoofdstuk 8 wordt de centrale bank en in het bijzonder haar rol van “lender of last resort” van naderbij geanalyseerd. Van zodra banken het geld van depositohouders niet langer in bewaring houden maar gaan aanwenden voor andere, meer lucratieve doeleinden, waaronder het toekennen van leningen, lopen ze het gevaar om geconfronteerd te worden met een bank run. Een bank run is de situatie waarbij ongeruste depositohouders hun geld, dat ze in bewaring hebben gegeven bij de bank, gaan opvragen. Aangezien de bank het geld heeft uitgeleend of gebruikt heeft om de eigen activiteiten te financieren, zal een gedeelte van de depositohouders met lege handen naar huis terugkeren. Bankiers keken in situaties van een bank run zeer snel richting de overheid teneinde hen in tijden van financiële crisis uit de nood te helpen. De overheid – via de centrale bank – treedt op als “lender of last resort” en stelt de noodzakelijke liquiditeiten ter beschikking van de banken. In dit achtste hoofdstuk toont De Soto bijgevolg aan dat het bestaan van een centrale bank niet de resultante is van een spontaan proces binnen een vrije markt economie. De centrale bank is het product van de invloed van een specifieke belangengroep, zijnde de banksector, op de overheid. In dit hoofdstuk past De Soto tevens de theorie van de onmogelijkheid van centrale planning toe op de activiteit van centrale banken. Hij concludeert dat centrale bankiers finaal hetzelfde lot te wachten staat als de centrale planning onder het vroegere Sovjetregime. Het hoofdstuk eindigt met een bespreking van de praktijk van free banking.

Zoals reeds gesteld in het voorwoord, schuift De Soto in hoofdstuk 9 een plan voor monetaire hervorming naar voren. Hierbij dienen de traditionele juridische principes binnen het monetaire depositocontract via de toepassing van een 100 procent reserve vereiste in ere hersteld te worden.

]]>
/2013/08/31/14795/feed/ 0
/2012/04/24/12870/ /2012/04/24/12870/#comments Tue, 24 Apr 2012 17:23:40 +0000 Steven /?p=12870 Marc Faber: The Great Depression all over again

]]>
/2012/04/24/12870/feed/ 0
/2012/04/21/12866/ /2012/04/21/12866/#comments Sat, 21 Apr 2012 13:45:59 +0000 Steven /?p=12866 The Malign Power of Bad Ideas – Prudent Bear

How Industrial, MBA-Style Leadership Killed a Once Great Company – Forbes

Who Is Lying: The Federal Reserve Or… The Federal Reserve? – Zero Hedge

]]>
/2012/04/21/12866/feed/ 0
/2012/04/20/12863/ /2012/04/20/12863/#comments Fri, 20 Apr 2012 12:33:15 +0000 Steven /?p=12863 Did Bernanke Prevent Another Depression? – LvM Institute

Is Capitalism Dead, or Simply Dying? – Mish

Chinese Local Governments Are Forcing Workers To Invest In Bubble Schemes – Clusterstock

]]>
/2012/04/20/12863/feed/ 0
/2012/04/19/12860/ /2012/04/19/12860/#comments Thu, 19 Apr 2012 13:50:05 +0000 Steven /?p=12860 The Fed Unspun: The Other Side of the Story – Peter Schiff

“Ben Bernake fancies himself as a student of the Great Depression,” says renowned investment broker, global strategist, author, and Austrian economist Peter Schiff, “but… if he were my student he would have gotten an F.”

]]>
/2012/04/19/12860/feed/ 0